Zelf glycemie controleren

Hoe gaat u in het dagelijkse leven om met uw glycemie? Om de ziekte goed te beheersen, moet u vooral uzelf en uw diabetes goed kennen.

Zelf de glycemie controleren, wat betekent dat?

Zelf de glycemie controleren, betekent dat u eigenhandig uw glycemie meet. Als u aan diabetes type 2 lijdt, is het mogelijk dat de arts u deze zelfcontrole aanraadt. Hij zal u dan ook vertellen hoe vaak u de glycemie in de loop van de dag moet meten en op welke ogenblikken u dat moet doen.

Als u aan diabetes type 1 lijdt,

is de zelfcontrole onontbeerlijk om de juiste dosis insuline te bepalen en uw voeding en lichaamsbeweging aan te passen, met als doel om uw glycemie in de loop van de dag steeds binnen het aanbevolen bereik te houden.

Als u aan diabetes type 2 lijdt,

is zelfcontrole niet systematisch nodig:

  • Hij is aanbevolen in alle fasen van de ziekte, om de diabetes beter te kunnen volgen en te beoordelen hoe goed de medicatie en de hygiënische en voedingsmaatregelen hun werk doen.
  • Hij is aanbevolen bij mensen die orale antidiabetica gebruiken (als het middelen zijn die hypoglycemie kunnen veroorzaken), om hypoglycemie te ontdekken of te bevestigen. De arts kan dan de dosering van uw medicatie aanpassen.
  • Hij is verplicht als u insuline gebruikt. Om de juiste dosis insuline te bepalen, moet u immers uw glycemie kennen.

Wanneer meet u uw glycemie?

U moet ze voor elke maaltijd meten.   Het is sterk aanbevolen om ze nog een keer te controleren voor u naar bed gaat. De frequentie van de zelfmonitoring en het tijdstip hangen af van de intensiteit van je behandeling en je activiteiten. Dit spreek je best af met je behandelende arts. Bij twijfel of vermoeden van een te hoge of te lage waarde, kun je uiteraard altijd eens extra meten.

Het is ook aangewezen om wat meer te meten in volgende situaties:

  • als je ziek bent;
  • vóór, tijdens en na sport;
  • bij wijzigingen in de behandeling;
  • op vakantie of bij speciale gelegenheden;
  • als je zwanger wil worden 1

Hoe meet u?

U prikt met een prikpen in uw vingertop en brengt een druppeltje bloed aan op een teststrip. Daarna kunt u op een glucosemeter uw bloedsuikerspiegel aflezen.  

U hebt het volgende nodig om uw glycemie zelf te meten:
  • een prikpen, om een heel klein druppeltje bloed te prikken
  • een glucosemeter om de meting uit te voeren

Een goede meting van uw glycemie vraagt wat gewoonte en een beetje opleiding. Uw arts of verpleegkundige zullen u helpen. U kunt ook op de steun van diabetescentra en patiëntenverenigingen rekenen.

Voer de meting zorgvuldig en regelmatig uit. Het is een van de beste manieren om uw ziekte optimaal te beheersen en eventuele verwikkelingen te voorkomen. Het geeft u bovendien meer controle over uw ziekte, zodat u er ook gemakkelijker met uw arts over kunt praten.

Noteer alle resultaten van de zelfcontrole in uw dagboekje.

Wat is het dagboekje?

Het is een boekje waarin u het volgende noteert:

  • het resultaat van de glycemiemetingen.
  • de dosissen insuline, als u met insuline wordt behandeld.
  • persoonlijke opmerkingen over gebeurtenissen en symptomen die u voelt, samen met de datum en het tijdstip waarop ze zich hebben voorgedaan.

Hoe krijgt u een dagboekje?

Uw arts, uw verpleegkundige of een patiëntenvereniging kan u een boekje bezorgen.

Er bestaat nog een ander boekje, dat van de behandeling.

Daarin noteert u de doelstellingen van uw behandelingen, de onderzoeken voor de controle van uw diabetes, de bezoeken aan specialisten en de behandelingen die ze voorschrijven.

gerelateerd