Reizen

Voor het vertrek

In het ideale geval zorgt u ervoor dat uw diabetes stabiel is voor u vertrekt. Als dat niet lukt, of indien er verwikkelingen zijn, vermijdt u beter bestemmingen waar u geen vlotte toegang hebt tot medische verzorging.

Vergeet nooit het volgende mee te nemen:

  • Een geldig doktersvoorschrift in het Nederlands, het Frans en het Engels, op uw naam en met de details van de medicijnen die u meeneemt
  • Uw diabetesboekje
  • Uw vaccinatieboekje (controleer de verplichte vaccinaties voor u vertrekt)
  • Voldoende medicijnen: uw normale voorraad plus een kleine reserve, voor het geval...
  • Medicijnen tegen reisziekte, verkoudheid, koorts, diarree, allergie, verband voor kleine wondjes, ontsmettingsalcohol van 70°.

Indien u met insuline behandeld wordt:

  • Een glykemiemeter en batterijen: controleer de goede staat van de meter en de batterijen.
  • Glykemische controlestrips
  • Teststrips voor de urine
  • Naaldjes voor de prikpen
  • Insulinepennen (vooraf met insuline gevulde pennen) of herbruikbare pennen en insulinepatronen
  • Een doosje naalden
  • Een glucagon-kit
  • Injectiespuiten
  • Een flesje insuline
  • Een isothermische verpakking voor warme landen

Vaccinaties

Uw diabetes vormt geen bezwaar voor de courante vaccinaties: difterie, tetanus, polio, hepatitis B en A. Laat de vaccinaties echter liefst uitvoeren wanneer uw diabetes goed stabiel is. Bespreek ze ruim vooraf met uw arts, want sommige vaccinaties vereisen verscheidene injecties en op verschillende tijdstippen.

Bewaar een deel van deze lijst in uw bagage en een ander deel in uw handbagage, die u altijd bij u houdt. Vergeet niet een extra voorraadje mee te nemen, voor de zekerheid. Houd de geneesmiddelen voor de behandeling van uw diabetes gescheiden van andere medicijnen.
Controleer samen met uw arts of u alle aanbevolen en verplichte vaccinaties hebt. Vraag zijn raad voor al uw praktische vragen. Alle vragen die u te binnen schieten zijn goede vragen. Hoe meer antwoorden u hebt, hoe groter de gemoedsrust waarmee u kunt vertrekken: de mogelijke gevolgen van het tijdsverschil, lichamelijke activiteiten die wel of niet aanbevolen zijn, voorschriften rond de voeding, enz.

Documenten die u altijd moet meenemen

  • Uw persoonlijke diabeteskaart
  • Uw voorschrift, liefst in twee exemplaren (voor het geval u er een verliest)
  • Formulier E101 van de sociale zekerheid, voor reizen binnen de Europese Unie
  • Een woordenboekje, afhankelijk van het land dat u bezoekt Reist u buiten de Europese Unie? Raadpleeg vooraf de luchtvaartmaatschappij of de ambassade of het consulaat van het land, zodat u weet of u bepaalde voorzorgen moet nemen.

Tijdens de reis

Reis liever niet alleen. Breng de mensen die u vergezellen indien mogelijk op de hoogte van het feit dat u diabetes hebt en vertel hen wat ze moeten doen als u een aanval van hypoglykemie zou krijgen. Doe dat zeker als u met insuline wordt behandeld! Denk eraan een tussendoortje mee te nemen als u vertrekt… voor het geval dat! Op reis kunt u niet altijd op vaste uren eten!

U neemt de auto

Als u de reis gedeeltelijk of volledig met de auto maakt, moet u in elk geval de volgende regels eerbiedigen:

  • Als u zelf rijdt, moet u regelmatig stoppen. Rust minstens tien minuten na elke twee uur rijden.
  • Stop zodra u de eerste sporen van vermoeidheid voelt. Controleer uw glykemie.
  • Eet tussendoortjes met veel trage suikers, zoals brood met wat kaas.

U neemt het vliegtuig

Neem best je inspuitbare medicatie mee in je handbagage. Reizigers mogen alleen persoonlijke handbagage mee in de cabine nemen. U moet dus zelf een voorschrift bij hebben: dat geldig is

  • dat op uw naam staat
  • dat gedetailleerd alle benodigdheden vermeldt die u meeneemt

Tijdens de veiligheidscontrole moet u de bewakingsagenten uw vloeibare geneesmiddelen en hun voorschriften tonen. Gebruikt u een uitwendig insulinepompje en hebt u geen zin om u voor het bewakingspersoneel uit te kleden? Verwijder het pompje en stop het in uw handbagage voor u de controle passeert. Na de controle kunt u het weer aanbrengen. Een probleem aan het detectiepoortje van de luchthaven? Onthoud dat u er een supervisor of een verantwoordelijke van de bewaking kunt bijroepen. Het is niet nodig de arts van de luchthaven op te roepen. Hebt u insuline in uw koffer die in het vrachtruim gaat? Het gevaar op bevriezing is te verwaarlozen. Maar doe de insuline toch voor alle zekerheid in een isotherme verpakking, niet alleen ter bescherming tegen de koude maar ook tegen de warmte. Controleer hoe dan ook, zoals altijd, de aanblik van de insuline voor u ze injecteert. Bewaar op reis uw goede gewoonten en houd u aan de elementaire voorschriften voor de verzorging van uw diabetes.

Tijdens het verblijf

De glykemische controles en de manier van behandelen veranderen normaal niet. U zult ze echter wel moeten aanpassen als u op uw bestemming actiever bent of anders eet dan u gewoon bent. U moet hoe dan ook voor uw vertrek met uw arts overleggen, maak dus van de gelegenheid gebruik om over de aanpassingen tijdens het verblijf te praten.

Hoe gaat u om met het tijdsverschil?

Bereid uw aanpassing aan het tijdsverschil ruim voor uw vertrek voor, zodra u de reisomstandigheden kent. Bespreek zo vlug mogelijk en zo lang mogelijk voor uw vertrek met de arts en met het medische team uw bestemming, de reistijden en de maatregelen die u moet nemen om alle ongemakken of verwikkelingen te voorkomen. Tijdsverschil op de heen- en terugreis Reizen die niet meer dan drie tijdzones overspannen, vragen meestal geen aanpassing van de insulinedosis. Als u verder reist, moet u op de dag van de reis de dosis insuline aanpassen:

  • Als u naar het oosten reist, worden de dagen korter, zodat u de normale dosis insuline moet verkleinen en een tweede dosis voor de maaltijden moet nemen.
  • Als u naar het westen reist, worden de dagen langer en hebt u een of meer bijkomende dosissen insuline nodig. De dag na de reis keert u terug naar uw normale schema. Bij uw terugkeer moet u de dosis opnieuw aanpassen aan het tijdsverschil. Het principe blijft hetzelfde: verander het uur op uw horloge pas bij de eerste maaltijd en let op de werkingsduur van uw insulinedosis.

Moet u in het buitenland insuline kopen?

Wees voorzichtig. Insuline wordt er niet noodzakelijk in dezelfde dosis verkocht. Kijk de dosis na en pas ze indien nodig aan, liefst met de hulp van een plaatselijke arts. Vertel na uw terugkeer uw behandelende arts over de eventuele problemen die u hebt gehad. Noteer zijn antwoorden in een reisboekje. Zo kunt u de volgende keer anticiperen en problemen beter oplossen.

gerelateerd