Zwangerschapsdiabetes

Het is een diabetes die voor de zwangerschap onbekend was en die tijdens de zwangerschap ontstaat of voor het eerst wordt vastgesteld. In bijna alle gevallen verdwijnt de ziekte na de bevalling, zelfs als men tijdens de zwangerschap insuline-injecties nodig heeft gehad om de diabetes te controleren.

Wat is zwangerschapsdiabetes ?

Het is een diabetes die voor de zwangerschap onbekend was en die tijdens de zwangerschap ontstaat of voor het eerst wordt vastgesteld. In bijna alle gevallen verdwijnt de ziekte na de bevalling, zelfs als men tijdens de zwangerschap insuline-injecties nodig heeft gehad om de diabetes te controleren.

Welke zijn de risicofactoren voor zwangerschapsdiabetes?

Allerlei omstandigheden kunnen het vermoeden wekken van het ontstaan van diabetes tijdens de zwangerschap.

Aan de huidige zwangerschap gebonden factoren

  • Overgewicht en/of snelle gewichtstoename in de zesde maand
  • Abnormaal zware foetus na de 24ste week van de zwangerschap
  • Te veel vruchtwater
  • Foetus met een gering gewicht voor de 24ste week van de zwangerschap
  • Terugkerende infecties, vooral van de urinewegen
  • Bloeddruk van meer dan 135/85 mmHg
  • Dreiging van miskraam of premature bevalling   Individuele, niet aan de zwangerschap gebonden factoren
  • Ouder dan 35 jaar
  • Gewicht van meer dan 20 % boven het ideale gewicht.
  • Geboortegewicht van de moeder meer dan 4 kg of minder dan 2,5 kg   Aan vroegere zwangerschappen gebonden factoren
  • Zwangerschapsdiabetes tijdens een vroegere zwangerschap
  • Abnormale gewichtstoename tijdens een vroegere zwangerschap
  • Een kind met een geboortegewicht van meer dan 4 kg   Familiale voorgeschiedenis
  • Mensen met diabetes in de familie van de toekomstige moeder
  • Obesitas in de familie van de toekomstige moeder

Hoe spoort men zwangerschapsdiabetes op?

Wanneer moet men opsporen?

Bij een vrouw met een risicofactor voor zwangerschapsdiabetes, moet men vanaf de eerste raadpleging de glykemie meten. Als die normaal is, meet men nog een keer in de 24ste week en daarna in de 30ste week van de zwangerschap. Bij vrouwen zonder risicofactor wordt de glykemie tussen de 24ste en de 30ste week van de zwangerschap gemeten. Alleen bij vrouwen onder de 25 jaar, die geen risicofactor hebben en niet abnormaal bijkomen tijdens de zwangerschap, wordt opsporing niet aanbevolen.

Waaruit bestaat de test?

De orale hyperglykemietest is de meest gebruikte test voor zwangerschapsdiabetes. Men meet de glykemie door na het innemen van glucose bloed af te nemen en in het laboratorium te onderzoeken. Als de test positief is, moet men een behandeling instellen en de diabetes begeleiden.

Wat zijn de gevolgen van zwangerschapsdiabetes?

De belangrijkste risico's voor de baby:

Andere, meer zeldzame verwikkelingen doen zich voor in bijzondere gevallen, zoals:

  • geelzucht (neonatale icterus ),
  • hartaandoeningen,
  • te veel rode bloedlichaampjes (polyglobulie),
  • te weinig calcium in het bloed (hypocalciëmie),
  • kleine aangeboren misvormingen
  • een geringere levenskans van de foetus.
  • Verwikkelingen tijdens de bevalling. Zwaarlijvigheid van de toekomstige moeder kan de geboorte bemoeilijken. Ook een te zware baby kan tijdens de bevalling tot een breuk van het sleutelbeen leiden, een verlamming van de zenuwen van de bovenste ledematen of pijn voor de foetus.
  • Hypoglykemie bij de geboorte en de eerste dagen die erop volgen. Dat kan kortstondige stoornissen van het bewustzijn (absences), en zelfs bewusteloosheid en stuipen veroorzaken.
  • Ademnood. Bij een heel premature bevalling en als de diabetes vroeg in de zwangerschap begonnen is, bestaat er gevaar op ademnood bij de baby. Wanneer de glykemie van de moeder hoog is, zullen de longen van de foetus zich namelijk iets trager ontwikkelen.  

    Belangrijkste risico's voor de moeder:

  • Hypertensie bij vrouwen die normaal geen hoge bloeddruk hebben.
  • Een moeilijkere bevalling als gevolg van het overgewicht van de baby, vooral bij een eerste zwangerschap.
  • Een risico op een keizersnede.
  • Meer kans op besmetting tijdens de bevalling, als de glykemie niet onder controle is (vooral bij een keizersnede of een episiotomie...).
  • De terugkeer van een zwangerschapsdiabetes tijdens een volgende zwangerschap.
  • De terugkeer van de diabetes na de bevalling, wanneer men weer orale contraceptie begint te gebruiken.
  • Het gevaar op ontwikkeling van diabetes (niet insuline-afhankelijke diabetes op lange termijn)
  • De terugkeer van een diabetes type 2 na de menopauze. Een vrouw op twee met zwangerschapsdiabetes lijdt na de menopauze aan diabetes type 2. Een gewichtstoename na de menopauze werkt dat mee in de hand.

Zwangerschapsdiabetes wordt tegenwoordig goed opgevangen, zodat de verwikkelingen tot het minimum beperkt blijven.

Welke medische begeleiding bij zwangerschapsdiabetes?

  • Uw arts zal u een persoonlijk dieet voorschrijven. U zult ook regelmatig (voor en na elke maaltijd) uw glykemie moeten controleren.
  • Als het dieet uw glykemie niet in evenwicht brengt, kan de arts insuline-injecties voorschrijven.
  • Medische begeleiding is onmisbaar: raadpleeg uw arts om de twee weken, met de resultaten van het glykemieonderzoek in het laboratorium (bloedafname terwijl u nuchter bent). 

U speelt de hoofdrol in de controle van uw diabetes:

  • Zo evenwichtig mogelijk eten.
  • Regelmatig lichaamsbeweging nemen.
  • Regelmatig uw glykemie meten of insuline injecteren.

Uw arts en het medische team dat u begeleidt, zijn er om u te helpen en u te leren om met uw diabetes om te gaan.